Nieuws

Waterkwaliteit en visstand

Afgelopen november verscheen in Het Parool een artikel over de visstand in de Amsterdamse grachten (u kunt dit artikel nalezen op de website van Projectbureau Schoonschip onder E-Nieuwsarchief: Vers van de pers). Nu zwemmen vooral brasems en karpers in de grachten, maar als alle woonboten op het riool zijn aangesloten en de poep uit de grachten verdwijnt, zal de vispopulatie veel gevarieerder worden, aldus de journalist van Het Parool. Hoe zit dit precies? En wat is de relatie tussen poep in de grachten en de vispopulatie? Projectbureau Schoonschip ging op onderzoek uit.

Stikstof (N) uit meststoffen, zoals poep, en fosfaat (P) uit wasmiddel en schoonmaakmiddel stimuleert de algengroei. Algen zijn weliswaar een belangrijke voedingsstof voor vissen, maar water met teveel voedingsstoffen wordt troebel. Doordat het zonlicht nauwelijks in het troebele water kan doordringen, verdwijnen de waterplanten en daarmee de vissen die van waterplanten houden, zoals snoek, ruisvoorn, bittervoorn en zeelt. Bij sterfte van de algen ontstaat dood materiaal dat neerslaat op de waterbodem en daar een laag slib vormt. Er zijn meer algen dan de natuur aan kan; het ecosysteem is uit evenwicht.

Met name de brasem en de snoekbaars zijn dol op dit watertype. De brasem houdt ervan om met zijn uitstulpbare bek door het slib op de bodem te wroeten en met zijn fijne kieuwzeef voedseldeeltjes uit het slib te filteren. Vaak heeft dit tot gevolg dat het water door het gewroet van brasem nog troebeler wordt. De snoekbaars heeft op zijn beurt aan zwak licht aangepaste ogen en is dus uitstekend in staat om onder lichtarme omstandigheden op prooivis te jagen.

 

Vissen1

Brasem en snoekbaars zijn dol op dit watertype.

 

Als de voedingsstoffen uit het water worden weggenomen - bijvoorbeeld doordat woonboten niet langer op het oppervlaktewater lozen - wordt het water weer helder en krijgen waterplanten een kans. Doordat er minder voedingsstoffen in het water aanwezig zijn, zal er ook minder slib op de waterbodem neerslaan. Door de vele waterplanten en het heldere water kent dit watertype de meeste vissoorten van alle ondiepe, stilstaande wateren. Kenmerkende vissoorten zijn de snoek, blankvoorn, baars en kolblei. Deze vissoorten voeden zich met watervlooien, slakken en insectenlarven, die in dit watertype in overvloed aanwezig zijn.

 

Vissen2

Dit watertype kent de meeste vissoorten van alle ondiepe wateren. 

 

Door het beëindigen van ongezuiverde lozingen zal er minder stikstof en fosfaat in het oppervlaktewater terechtkom en kan de vispopulatie in de Amsterdamse grachten dus inderdaad gevarieerder worden. Daarnaast is het niet alleen voor woonbootbewoners, maar ook voor de overige inwoners van Amsterdam prettig dat het water in de grachten helderder en schoner wordt.

Overige factoren

Uiteraard wordt de waterkwaliteit (en dus de vispopulatie) in de Amsterdamse grachten niet alleen beïnvloed door de ongezuiverde lozingen vanaf woonboten en zijn niet alleen de woonbootbewoners verantwoordelijk voor schoner water. Zo hebben alle gemeenten in Nederland sinds de jaren negentig van de vorige eeuw een wettelijke basisinspanning die inhoudt dat gemeenten de kwaliteit van het overstortwater moeten verbeteren. De gemeente Amsterdam heeft hiertoe de inhoud van het rioolstelsel vergroot middels grotere buizen en bergbassins, zodat het langer duurt totdat het water overstort en vuil meer tijd heeft om te bezinken in de bassins (en dus niet overstort). Dit heeft een betere waterkwaliteit tot gevolg.

Ook waterschappen dienen maatregelen te nemen. Zo dienen waterschappen in een zogenaamd Waterbeheerplan vast te leggen op welke wijze zij de waterkwantiteit en waterkwaliteit in hun beheergebied op orde willen krijgen én houden. AGV vermeldt in haar Waterbeheerplan bijvoorbeeld:

‘AGV wil zorgen voor ecologisch gezonde watersystemen. AGV doet dat zelf door het zuiveren van afvalwater, het aanpakken van vervuilingsbronnen, baggeren, natuurvriendelijke inrichting en onderhoud van wateren, herstelmaatregelen in verdroogde natuurgebieden, vergunningverlening voor lozingen en handhaving daarop. Daarnaast stimuleert AGV andere partijen tot het nemen van maatregelen.'

In de volgende Schoonschip E-Nieuws zullen we uitgebreid stilstaan bij het Waterbeheerplan en welke gevolgen dit heeft voor het water in en om Amsterdam.

 

© Corine Steenwijk, februari 2010