Nieuws

Jurisprudentie

Afgelopen 24 maart heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over het geding tussen een woonbootbewoner uit Enkhuizen en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over het al dan niet vanaf de woonboot mogen lozen van afvalwater in het oppervlaktewater zonder een zuiveringsvoorziening. Deze uitspraak is ook voor de woonbootbewoners in en om Amsterdam van belang, omdat de betreffende bewoner stelt dat er rekening gehouden dient te worden met zijn financiële situatie. De Raad van State oordeelt echter anders.

De Raad van State is van mening dat de staatssecretaris bij de belangenafweging voor het al dan niet verlenen van een ontheffing geen rekening hoeft te houden met de economische en financiële belangen van de woonbootbewoner, omdat artikel 11, vijfde lid, van het Besluit lozing afvalwater huishoudens geen ruimte geeft voor een dergelijke belangenafweging. Met andere woorden: deze belangafweging is reeds gemaakt bij het opstellen en aannemen van de regeling.

Voor de volledige uitspraak klik hier.

terug