Nieuws

Het ‘hoge noorden': over leven met water...

Dat Amsterdam dé woonbootstad bij uitstek is, staat als een paal boven water. Ook als we kijken naar aantallen verdient Amsterdam, met haar ca. 2.500 woonboten, een glansrijke eerste plaats. Dat Groningen met 430 woonboten de tweede woonbootstad van Nederland is, is voor velen minder bekend. Reden te meer om eens een bezoek te brengen aan het ‘hoge noorden' en een kijkje te nemen bij de Groningse woonbootbewoners. Hoe is het daar geregeld met de aansluiting op het gemeentelijke riool? Of loost men soms nog ongezuiverd op het oppervlaktewater?


Watergeschiedenis van de stad Groningen

De Volharding was het eerste schip dat in 1876 van Delfzijl naar de stad Groningen voer over het nieuw aangelegde Eemskanaal. In en om de stad was men reeds op grote schaal gestart met het graven van nieuwe verbindingskanalen en het dempen van de oude kanalen. De toegankelijkheid van de stad voor schepen zoals De Volharding ging hierdoor met sprongen vooruit, waardoor de havenstad Groningen weer mee kon in de vaart der volkeren. In de strijd tegen de elementen hadden de Groningers het water verder naar hun hand gezet.

Ruim een eeuw later treffen we De Volharding nog steeds in Groningen aan. De oude klipper uit 1864 is inmiddels omgebouwd tot woonboot. Wonen aan en op het water is weer helemaal in. Dat vonden de bewoners van De Volharding ook. Toen zij in 1997 de woonboot kochten, hadden zij nog geen idee van de veelzijdigheid van het water. Inmiddels weten zij wel beter. In 1998 brak de woonboot los, omdat het waterpeil hoog was gestegen. Het Groninger Museum en het Martini Ziekenhuis werden toen ook bedreigd. Nog geen twee jaar later brak de boot opnieuw los, ditmaal door een te laag waterpeil door een gebroken sluisdeur in Delfzijl. En een paar jaar geleden dreven zelfs de dode eenden rond de boot! Door de droge warme zomer was de waterkwaliteit sterk verslechterd, mede door de lozingen vanuit woonboten, zoals sommige deskundigen beweerden. Te veel en te weinig water en van onvoldoende kwaliteit. Ook in Groningen moest dus iets gebeuren... (Bron: Stroomgebiedsvisie Groningen / Noord- en Oost-Drenthe, Stuurgroep Water 2000+, September 2002).

 

Volharding

Wonen aan en op het water is helemaal in. Ook in Groningen.

Aan de slag

Niet alleen door de diverse gebeurtenissen in en op het water in Groningen, maar ook door veranderende wetgeving, was het de gemeente Groningen al snel duidelijk dat men aan de slag moest om herhaling van de (water)geschiedenis te voorkomen. Toen in 1997 het Lozingenbesluit huishoudelijk afvalwater van kracht werd dat het lozen van huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewater verbood, heeft de gemeente dan ook niet lang getwijfeld met de aanleg van de riolering op de kades. Imke de Vries, Technisch Specialist Riolering bij de gemeente Groningen: "Direct na het verschijnen van het Lozingenbesluit in 1997 hebben we besloten om bij werkzaamheden op de kades een vertakking van het riool naar de kademuur aan te brengen. De wetgeving was toen nog lang niet uitgekristalliseerd en de gemeente had bovendien nog geen besluit genomen over hoe om te gaan met deze wetgeving, maar we zagen wel in dat niets doen geen optie was. Daar komt bij dat de kosten voor een stuk PVC-buis voor de riolering over het algemeen in het niet vallen bij de totale kosten voor het onderhoud aan de weg of kade. Dat is dus altijd goedkoper dan in een later stadium de weg weer open te moeten breken."

Inmiddels was het stadswater door de gemeente in het kader van de belastingwetgeving aangemerkt als een onderdeel van het riool, zodat de woonbootbewoners - net als in de gemeente Amsterdam - al wel rioolheffing betaalden. Om echter te stellen dat hiermee voldaan was aan de uitgangspunten van het Lozingenbesluit door het stadswater te beschouwen als (een onderdeel van) de riolering en de ongezuiverde lozingen van woonboten op dit stadswater dus als lozingen op de riolering - was echter een brug te ver. De gemeente heeft daarom in 2007 alsnog besloten de woonboten aan te sluiten op de ‘echte' riolering, waarbij samen met de woonbootbewoners gezocht is naar een passende oplossing.


Eenmalig aanbod

Deze passende oplossing werd gevonden in de vorm van een eenmalig, zeer genereus aanbod van de gemeente voor de woonbootbewoners: de gemeente Groningen betaalt de pompinstallatie en zorgt er voor dat deze wordt aangesloten op het aansluitpunt op de vaste wal. Daarnaast neemt de gemeente de eerste drie jaar het onderhoud aan de pompinstallatie voor haar rekening, aangezien verwacht mag worden dat in deze periode de meeste kinderziektes optreden. Na drie jaar gaat de pomp in eigendom over naar de woonbootbewoner, waarmee de bewoner ook de verantwoordelijkheid krijgt voor het onderhoud van de pomp, evenals de aansprakelijkheid voor eventuele schade veroorzaakt door het slecht functioneren van de pompinstallatie.

Imke de Vries: "De gemeente Groningen heeft uiteraard gekeken naar hoe de aansluiting van woonboten in andere delen van het land geregeld werd en kwam toen tot de conclusie dat we de woonbootbewoners in Groningen een goed aanbod deden. Om die reden hebben we wel een aantal voorwaarden gesteld. Het is een éénmalig aanbod; wanneer bijvoorbeeld een woonboot zonder pompinstallatie wordt verkocht, krijgt de nieuwe eigenaar geen tweede kans. Dat betekent in de praktijk dat een schip zonder pompinstallatie in waarde zal dalen. Ook stellen we enkele voorwaarden aan de onderhoudstoestand van de woonboot. De zogenaamde ‘wrakstukken' worden door ons niet meer op de riolering aangesloten, elke euro is dan immers weggegooid geld. In die gevallen gaan we samen met de bewoners op zoek naar een andere oplossing, zoals een composttoilet."


Pilot

De gemeente is in 2008 van start gegaan met een pilot in de binnenstad van Groningen, waarbij 60 woonboten zijn betrokken. Onderdeel van de pilot was een aantal bewonersavonden, waarop het gehele traject werd uitgelegd en de bewoners vragen konden stellen. Imke de Vries: "We hebben de bewoners de keuze gegeven tussen een aansluiting op de riolering of een IBA (Individuele Behandeling Afvalwater) aan boord. In de onderhandelingen tussen de gemeente en het waterschap was het uitgangspunt namelijk dat de oplossingen voor de ongezuiverde lozingen een doelmatige invulling van de gemeentelijke zorgplicht moest zijn; een combinatie van vaste aansluitingen en IBA's voldeed hieraan, volgens beide partijen. De meeste woonbootbewoners kozen overigens voor een aansluiting op het vaste riool, zelfs de varende schepen. Dat laatste hadden we eigenlijk niet verwacht, maar kwam voor ons als een aangename verrassing. Een vaste aansluiting op het riool, al dan niet in combinatie met een vuilwatertank voor varende schepen, blijft toch de beste en meest duurzame oplossing."

Inmiddels is 98% van de woonboten uit de pilot aangesloten op de riolering. Imke de Vries: "Bij het begin van dit project heeft de gemeente zich tot doel gesteld 70% van de woonboten op de riolering aan te sluiten. We mogen dus wel stellen dat de pilot een succes is." Het komende jaar zal blijken of het succes van de pilot kan worden doorgezet bij de resterende 370 woonboten die nog niet op de riolering aangesloten zijn. Deze woonboten zijn inmiddels geschouwd door dezelfde aannemer die de pilot heeft uitgevoerd. Op basis van het schouwrapport wordt nu een uitvoeringsontwerp per schip gemaakt, met daaraan gekoppeld een overzicht van de te maken kosten. Vóór 1 januari 2010 moeten deze schepen ook over een pompinstallatie of een IBA beschikken.


Vergelijking met Amsterdam

Mogen we aan de hand van deze informatie nu stellen dat de woonbootbewoners in Groningen beter af zijn dan de woonbootbewoners in en om Amsterdam, gelet op het feit dat de Groningers de pompinstallatie cadeau hebben gekregen van de gemeente? Of anders gezegd, is het spreekwoordelijke gras bij de buren in dit geval daadwerkelijk groener?

Het antwoord op deze vraag hangt voor een groot deel samen met het begrip ‘gemeentelijke autonomie'. Het is aan de gemeente hoe zij invulling geeft aan haar zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Het is vervolgens ook aan de gemeente op welke wijze de kosten worden doorberekend aan de bewoners; in dit geval heeft de gemeente Groningen ervoor gekozen om de gehele installatie te vergoeden. Andere gemeenten kunnen uiteraard andere keuzen maken. Zo verlengt de gemeente Amsterdam bijvoorbeeld de riolering tot op de kade, terwijl er al een riool ligt binnen 40 meter van de woonboten en de woonbootbewoners dus formeel verplicht zijn om op dit riool aan te sluiten. Hier komt de gemeente de woonbootbewoners dus ook tegemoet door in de eerste plaats de riolering te verlengen, en in de tweede plaats de kosten voor deze verlenging niet door te berekenen aan de bewoners, zoals dit in de gemeente Muiden wel gebeurt.

Daarnaast is gelijkheid in absolute zin tussen de verschillende gemeenten in Nederland een onmogelijkheid. Denk maar eens aan de hoogte van het liggeld, het rioolrecht of de zuiveringsheffing, dat van gemeente tot gemeente verschilt. Of wat te denken van de verschillen in WOZ-waarden?

Belangrijk in deze is dat - samen met de bewoners - gekozen wordt voor een oplossing die het beste aansluit bij de specifieke situatie in de betreffende gemeente. Hoe is het gesteld met de gemeentelijke riolering? Hoe kunnen de woonboten het beste worden aangesloten? Zijn er uitzonderingsgevallen en zo ja, hoe moet daar dan mee om worden gegaan? De beste aanpak is dus altijd maatwerk en geen (landelijke) panklare oplossing. En dat brengt nu eenmaal altijd verschillen met zich mee.

 

© Corine Steenwijk, juni 2009

terug