Nieuws

Wat gebeurt er met mijn afvalwater?

In de jaren dat de meeste woonschepen hun afvalwater nog op het oppervlaktewater loosden, viel de vraag ‘Wat gebeurt er met mijn afvalwater?' vrij eenvoudig te beantwoorden. Het afvalwater ging ‘gewoon' via de standpijp overboord en mengde zich daar met het oppervlaktewater. Daar kwamen geen ingewikkelde processen bij kijken. En van zuivering van het afvalwater was al helemaal geen sprake.

Dat is inmiddels wel anders. Nu een groot aantal van de woonschepen in en om Amsterdam op de riolering is aangesloten, legt het afvalwater uit deze woonschepen een geheel andere weg af. Voor woonbootbewoners eindigt het proces wellicht met het doorspoelen van het toilet of het weg laten lopen van het afwaswater, maar voor de riolering en de waterzuivering begint het proces dan pas.

Via de walslang en het aansluitpunt op de vaste wal komt het afvalwater in het rioolstelsel terecht, waar het via grote rioolbuizen en persleidingen naar de rioolwaterzuiveringinstallatie (RWZI) wordt gebracht. Overigens gebeurt dit voor het centrum en het oostelijke deel van Amsterdam pas sinds 1983; tot die tijd werd het afvalwater uit het riool nog gewoon in het IJsselmeer geloosd. Toen echter begin jaren tachtig van de vorige eeuw wonen aan het water - en dan met name in het IJsselmeergebied - in trek kwam, kon men niet langer op het IJsselmeer lozen en moest naar andere oplossingen worden gezocht.

In de nieuwe tuinsteden in Amsterdam West werd echter al omstreeks 1928 begonnen met het zuiveren van rioolwater. Daar is de eerste RWZI in Amsterdam West uit voortgekomen. Uiteraard heeft de zuiveringsinstallatie in de loop der jaren een groot aantal technische verbeteringen doorlopen.

 

RWZI Amsterdam-West

Een luchtfoto van RWZI Amsterdam West.

 

De huidige installatie in Amsterdam West zuivert 70% van al het afvalwater van Amsterdam en heeft een inwonersequivalent van 1,1 miljoen. Dit betekent dat de RWZI het afvalwater van 1,1 miljoen inwoners zuivert. Dit afvalwater, dat ook wel ‘influent' wordt genoemd, komt via een 42 kilometer lange ring van rioleringsbuizen om het oude centrum van de stad bij de RWZI terecht. De stroomsnelheid in dit hoofdriool is gemiddeld 1 tot 2 meter per seconde, zodat een drol die van Amsterdam Oost naar Amsterdam West ‘reist' er gemiddeld een halve dag over doet om bij de RWZI aan te komen.

 

Netwerk rioleringsbuizen

Netwerk van rioleringsbuizen in Amsterdam. Alle huishouden, waaronder de reeds aangesloten woonschepen, zijn op dit 42 km lange hoofdnetwerk aangesloten.

 

Grofvuilrooster en voorbezinktank

Eenmaal aangekomen bij de RWZI passeert het afvalwater eerst een grofvuilrooster. In dit rooster worden alle grote materialen, zoals maandverband, haarproppen en schoonmaakdoekjes, met een soort hark uit het afvalwater gehaald. Het afval wordt afgevoerd naar de vuilcontainer en het water vervolgt zijn weg naar de voorbezinktank. In deze tank zakken de zwaardere stoffen zoals slib en zand naar de bodem, terwijl vet en haren juist gaan drijven. De haren en het vet aan het oppervlak worden verzameld door een drijfbalk, de stoffen op de bodem worden vervolgens door een schuif verzameld.

Met name het slib kan nog goed worden gebruikt - het produceert namelijk biogas - en wordt daarom naar een gistingstank gebracht. Het biogas kan worden benut in warmtekrachtinstallaties voor opwekking van elektriciteit en warmte. Dit gebeurt bij het Afval Energie Bedrijf (AEB) dat zich naast de RWZI bevindt. Het AEB verbrandt ook het slib uit de gistingstanks.

 

Beluchtingstank, nabezinktank en tot slot... schoon water

Het grofvuilrooster en de voorbezinktank hebben alle vaste materialen en stoffen uit het afvalwater gehaald. Vervolgens komt het water terecht in de beluchtingstank, waar miljarden bacteriën de opgeloste stoffen, zoals ammoniak, fosfaat en nitraat, uit het water verwijderen door de stofdeeltjes op te eten. Deze bacteriën - de kleinste medewerkers van de RWZI - hebben zuurstof nodig om te leven, vandaar dat grote mixers het water voortdurend in beweging houden, zodat het zich kan mengen met zuurstof. Vervolgens komt het afvalwater in de nabezinktank terecht, waar de bacteriën naar de bodem zinken en door een schuif worden verwijderd. Het schone water stroomt over de rand van de nabezinktank weg, terwijl de bacteriën terug worden gebracht naar de beluchtingstank om daar opnieuw hun werk te doen.

 

Nabezinktank

Nabezinktank in lege toestand: de schuifconstructie op de bodem van de tank is nu goed zichtbaar.

 

Het schone water wordt ‘effluent' genoemd en is schoon genoeg voor vissen en waterplanten om in te leven. De volgende figuur brengt het gehele proces nog eens grafisch in beeld:

Zuiveringsproces RWZI

 

Verstoppingen en schapen in het riool

We spoelen vaak veel stoffen door het toilet en de gootsteen die eigenlijk niet in het riool thuishoren. Veel van deze stoffen zijn schadelijk voor de riolering en de RWZI. Een goed voorbeeld zijn vochtige doekjes met zeer sterke vezels die door het toilet worden gespoeld en zo in het riool terechtkomen. Deze vezels klitten in het riool aan elkaar vast en vormen samen met vet en haren proppen van soms wel 200 tot 300 kilo zwaar en 15 meter in lengte. Deze proppen worden vanwege hun structuur ook wel ‘schapen' genoemd en kunnen veel schade aanrichten aan zowel het riool (verstoppingen) als de RWZI.

 

Ophijsen schaap

Ophijsen van een voortstuwer van afvalwater op de RWZI Amsterdam West. De installatie was verstopt geraakt door samengebundelde vezels, ook wel schapen genoemd.

 

Op de website van Projectbureau Schoonschip wordt aandacht besteed aan goed rioolgebruik. Wat mag wel en wat mag niet in het riool? Voor woonbootbewoners is deze vraag nog eens extra relevant omdat alles wat door het toilet of de spoelbak gaat ook in de pomp terecht komt en daar eventueel schade aan kan brengen.

terug