Regelgeving

Achtergrond

Grensoverschrijdend probleem

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw ontstonden problemen met grote lozingen van (huishoudelijk) afvalwater op het oppervlaktewater. Dit leidde tot een verstoring van het evenwicht tussen de in het water aanwezige organismen. Ook bevatte het afvalwater steeds meer zware metalen, zoals koper, kwik, nikkel en chroom, die via de bodem in het grondwater terechtkwamen en zo de drinkwatervoorraden aantastten. Een situatie die niet wenselijk was voor het milieu en de volksgezondheid.

Op Europees niveau werd ingegrepen in deze onwenselijke situatie met verschillende actieprogramma's, waarbij aandacht voor schoon water centraal stond. Water houdt zich immers niet aan landsgrenzen, zodat vervuiling van het oppervlaktewater in de ene Lidstaat ook de waterkwaliteit in een andere Lidstaat aantast. Ook werd wet- en regelgeving uitgevaardigd, zoals de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (91/271/EEG). In deze richtlijn wordt bepaald dat huishoudens (waaronder woonboten) zoveel mogelijk op de riolering moeten worden aangesloten, zodat huishoudelijk afvalwater naar zuiveringsinstallaties kan worden geleid. Door de zuivering worden ongewenste stoffen verwijderd en is het water dat uiteindelijk in het oppervlaktewater terechtkomt 95% schoner. Met een betere waterkwaliteit tot gevolg!

De Europese wet- en regelgeving is in Nederland uitgewerkt in een aantal wetten en besluiten. In de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (die inmiddels is vervangen door de Waterwet) werd bepaald dat de Minister van Verkeer en Waterstaat het bevoegde gezag is, indien er sprake is van een lozing op Rijkswater. De Minister heeft in eerste instantie de regels met betrekking tot lozing van huishoudelijk afvalwater vastgelegd in het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater (1997). In dit besluit werd bepaald dat alle ongezuiverde lozingen van huishoudelijk afvalwater op uiterlijk 1 januari 2005 beëindigd moesten zijn. Deze doelstelling bleek in de praktijk echter niet haalbaar.

Met name de sanering van lozingen vanaf woonboten gaf problemen. De knelpunten hielden verband met de complexe uitvoering en de veelal hoge kosten die uitbreiding van het rioleringsstelsel en het realiseren van een aansluiting op de riolering met zich meebrengen. Vooral het gebrek aan mogelijkheden om rekening te houden met specifieke omstandigheden is aanleiding geweest om het Lozingenbesluit te herzien.

Het nieuwe Besluit lozing afvalwater huishoudens (Bah) is 1 januari 2008 van kracht geworden. Dit besluit biedt wel de mogelijkheid om in te spelen op de situatie van het specifieke geval en daar waar nodig ontheffing te verlenen.

 

Kaderrichtlijn Water en Waterwet

In het verleden zijn veel Europese richtlijnen op het gebied van water verschenen. De Kaderrichtlijn Water (KRW), die in 2000 van kracht is geworden, moet in al deze richtlijnen meer eenheid brengen. Voornaamste doelstelling van de Kaderrichtlijn Water is de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater in Europa te waarborgen. Voor meer informatie, zie: www.kaderrichtlijnwater.nl

Een groot aantal bepalingen uit de Kaderrichtlijn Water heeft in Nederland zijn uitwerking gevonden in de Waterwet, die op 22 december 2009 in werking is getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een bijdrage aan de kabinetsdoelstellingen, zoals vermindering van de regeldruk, het vergunningstelsel en administratieve lasten. De Waterwet vervangt negen bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland, waaronder de Wet verontreiniging oppervlaktewater.

Voor meer achtergrondinformatie over de Waterwet kunt u de brochure Waterwet in het kort raadplegen.